nl | fr
MederiKrant: Dr. Kim Boterbergh over stomazorg

MederiKrant: Dr. Kim Boterbergh over stomazorg

Soorten stoma’s

Zo is er een opening van de luchtpijp (tracheostomie), de dikke darm (colostoma), dunne darm (ileostomie), de maag (gastrostomie) of de nier (nefrostomie).

Ileostoma

Bij een ‘ileostoma’ gaat het om een connectie tussen de onderbuik en de dunne darm. Deze wordt frequent, én vaak tijdelijk, aangelegd voor de bescherming van een verderop gelegen verbinding. Anatomisch situeert de stoma zich vaak ter hoogte van de rechter-onderzijde van de buik, hoewel de dunne darm mobiel is en op veel plaatsen naar buiten kan worden gebracht.

Voordeel zijn de eenvoudige aanleg en eventuele afbraak bij herstel van de darmtransit. Het chirurgische herstel kan vaak gebeuren via de opening van de stoma. Zo recupereert de patiënt sneller van de ingreep. Nadeel is dat de stoelgang hier vloeibaar is met een hoog debiet. Mogelijke problemen zijn:

  • Uitdroging
  • Elektrolyten-stoornissen
  • Lekkage van de stomaplaat
  • Irritatie van de huid

Colostoma

Een ‘colostoma’ wordt aangelegd ter hoogte van het linker colon of het linker middendeel van de buik. De stoelgang is hier meer ingedikt door de vochtabsorptie van de dikke darm. Problemen van uitdroging zijn hier dan ook minder frequent.

Reden voor deze stoma kan onder meer een lage rectumtumor zijn waarbij de anale sluitspier niet gespaard kan worden en het linker deel van de darm dus definitief aan de buikwand gezet wordt.

Dit kan ook tijdelijk. Bijvoorbeeld bij een ontsteking van divertikels ter hoogte van het linker colon waarbij er een perforatie met lekkage van stoelgang opgetreden is. Het zieke stuk wordt verwijderd maar een nieuwe verbinding in deze toestand is niet meteen aangewezen. Bij grote doorligwonden rond de perianale regio kan er ook een (tijdelijke) deviatie van de stoelgang aangelegd worden. Nadeel is dat herstel van de darmcontinuïteit vaak moeilijker is, wat een zwaardere operatie vraagt.

De stoma’s van de dunne en dikke darm worden naar buiten gebracht zodat enkel de opening van de darm te zien is. Hierbij kiest men ofwel voor een enkelloops-stoma, waarbij de darm als een lus naar buiten wordt gebracht, of men kiest voor een dubbelloops-stoma. Hierbij worden twee openingen voorzien: één voor het afvoeren van de stoelgang, de andere is de zogenaamde muceuze fistel die kan dienen om overdruk te evacueren of onderzoeken te doen van een verderop gelegen verbinding.

Urinestoma

De ‘urinestoma’ is definitief en evacueert de urine via de buikwand. Er wordt een reservoir van dundarm gecreëerd waarmee ureters verbonden worden. Zo blijft het mogelijk urine te evacueren na het verwijderen van de blaas.

Complicaties kunnen vroeg- of laattijdig optreden

Een goede preoperatieve voorbereiding is noodzakelijk om problemen achteraf te voorkomen. Zonder correcte stomaplaats-bepaling bestaat bijvoorbeeld het risico dat de opening in een huidplooi komt. Een stoma neemt zijn definitieve vorm ook vaak pas aan na enkele weken.

Net na de operatie gaat het meestal om technische verwikkelingen.

  • Een stoma kan lijden onder slechte doorbloeding door een te nauwe opening door de buikwand
  • Een terugtrekking van de stoma kan optreden door een gebrek aan mobilisatie van de darm in de buik
  • Een darm kan loskomen van de wand

Laattijdige complicaties zijn o.a. het ontwikkelen van een parastomale hernia (stoma-breuk), prolaps van de stoma of vernauwen van de stoma. Verpleegkundigen die patiënten met een stoma begeleiden dienen deze potentiële complicaties te (her)kennen en de reflex te hebben om door te verwijzen naar de arts.

Belang kwalitatieve zorg

De zorg na het aanleggen van een stoma moet zowel in als uit het ziekenhuis goed verlopen. De patiënt dient in zijn thuisomgeving begeleid te worden door zorgverstrekkers met de nodige competenties en ervaring:

  • Deze zorgen voor goede begeleiding van de patiënt
  • Vangen eventuele problemen op
  • Zorgen voor een correcte doorverwijzing bij complicaties

Waar mogelijk dient de patiënt opgeleid te worden om de zorg voor het stoma ook zelf op te nemen. Enkel zo kan de impact op de activiteiten van het dagelijkse leven beperkt worden tot een aanvaardbaar minimum.

Zorgkundigen en stomazorg

Een geheelde stoma, een stoma die m.a.w. geen wondzorg meer omvat maar enkel hygiënische zorgen behoeft, kan en mag perfect door een zorgkundige worden verzorgd. Dit houdt ook het “vervangen van het stomazakje” in.

Voorwaarde is dat die handeling gedelegeerd wordt door een verpleegkundige. De zorgkundige dient steeds te werken onder toezicht van een verpleegkundige die samen met de zorgkundige deel uitmaakt van een gestructureerde equipe. De verpleegkundige zal toezien op de correcte uitvoering van de gedelegeerde zorgen. Van dit alles dient steeds verslaggeving terug te vinden te zijn in het verpleegdossier, inclusief evaluaties en toezichtverslaggeving.

Het is de verpleegkundige die oordeelt wanneer de zorg handelt over een ‘geheelde stoma’. Daardoor draagt deze ook de verantwoordelijkheid over het correct inschatten van deze kwalificatie. De zorgkundige zelf is verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de zorg aan de hand van de richtlijnen die bij de delegatie ervan werden meegegeven.

 

Dr. Kim Boterbergh
Abdominale, buikwand, endocriene, proctologische en oncologische chirurgie

ASZ Aalst
053/76.67.60
kim.boterbergh@asz.be

Assist
Comfortlift
CBB Leuven
SCA
Volvo Cars
Zorgpunt
AMMA
Precura
Coloplast
Tops