Aflevering 9: Lieven Annemans: 'Financiële prikkels zijn belangrijk in de verschuiving van zorg'

Onze eerste academicus in De Kopgroep? Gezondheidseconoom en ‘geluksprofessor’ Lieven Annemans. De bescheidenheid zelve, maar tegelijk een internationaal baken van moed & inzicht. Lieven reist de wereld rond, deelt er zijn breed holistische kijk op mens & maatschappij, maar timmert ook hier nog hard aan de weg. Als adviseur op het hoogste niveau, onderzoeker met ruim 300 publicaties, CRIG-onderzoeker en prof bij de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen aan de UGent. Zijn volledige verhaal hoor je op Spotify op je eigen ritme, via de handige tijdslijn. Ergens onderweg, tijdens de sport of lekker thuis? Hier alvast 4 fragmenten die smaken naar meer, met de exacte tijd in de podcast. Maar niks gaat boven de hele babbel vanaf het begin: geniet!

Coronalessen en -erkenning (13’53”)
‘Men negeerde 2 belangrijke elementen in de coronatijd: dat kan je interpreteren als het laten liggen van kansen. Eerst en vooral alles wat te maken heeft met gezondheidspromotie. Vooral bij mensen met een slechte gezondheid en multimorbiditeit - verschillende ziektebeelden - , met een veel hogere kans tot hospitalisatie en zelfs overlijden. Dat had toch van de eerste maanden het beleid moeten wekken. Om dan te zeggen: ‘Ja, we zijn van dit virus nog niet af. Als we nu bijsturen en de mensen - ook via de zorg - een gezondere levensstijl aanbevelen, kan dat zeker helpen om de immuniteit te verbeteren. En beter bestand te zijn tegen toekomstige golven.’ Wat ook opviel is dat de eerste lijn zo goed als genegeerd werd in de ganse aanpak. Huisartsen werden bijna beperkt tot te zeggen: ‘Blijf thuis en neem een paracetamol’. En dat was het dan. Terwijl het na een aantal maanden duidelijk was dat er manieren zijn om in te grijpen bij de eerste symptomen. Met behandelingen die de opnamekans verminderen.’

Een duurzame, veerkrachtige zorg (21’01”)
‘Men moet uiteraard veel meer investeren in preventie: de eerste lijn heeft daar ook een rol in. Je hebt de wereld van de gezondheidspromotie waar scholen, gemeenten en werkgevers inzetten op het behoud van gezondheid en dan de wereld van de zorg. Dat zijn geen 2 aparte werelden. Idealiter zijn vooral eerstelijnsprofessionals goed op de hoogte welke preventieve mogelijkheden er binnen een gemeente of bredere regio zijn. En die schakelen zich daarbij in, motiveren patiënten om mee te doen met de wijkinitiatieven enz. Wat hebben we nog? Een veel betere samenwerking in de eerste lijn waar men afspraken maakt. Wie contacteert wie bij welke problematiek, wie koppelt terug naar wie, welke waarden en visies delen wij wanneer we een eerstelijnsnetwerk uitwerken? Wat we ook hebben benadrukt is de holistische benadering. Daar is zo'n uitdrukking: ‘Treat the whole patient, not the hole in the patient’. Veel zorgverleners zijn gefocust op een bepaald probleem met een bepaald orgaan. Op dat moment gaat het alleen daarover en men vergeet een beetje dat men te maken heeft met een persoon. Een mens in interactie met anderen, die in een bepaalde omgeving woont enz.’

Thuishospitalisatie: betrokken expertise (31’57”)
‘Men kan niet zomaar zeggen: ‘Oké, we sturen de patiënt naar huis en trekken het ons verder niet aan. Ergens is de doorverwijzer in het ziekenhuis nog nodig voor ondersteuning. Maar je hebt ook de huisarts die betrokken moet worden, uiteraard de thuisverpleegkundigen en soms andere disciplines. Die moeten op elkaar afgestemd zijn: volgens mij gebeurt dat niet altijd. Waar ligt dat aan? Misschien financiële prikkels. Als de doorverwijzer geen inkomen haalt uit die thuiszorg, heeft die minder prikkels om ermee bezig te zijn. En zegt dan: ‘Ik kan mijn tijd beter besteden aan andere activiteiten’. Ten tweede: afhankelijk van het ziektebeeld is het belangrijk dat thuiszorgverleners opgeleid zijn voor mensen met een specifiek ziektebeeld. In België was er jaren een initiatief rond kinderthuiszorg, om kinderen waar dan ook zo snel mogelijk thuis te brengen. Bleek echter dat die pediatrische expertise vaak ontbrak. Dus dan moet je een signaal geven naar opleiding e.d.’

De mantelzorger als volwaardige partner (58’33”)
‘Veel mensen blijven graag zo lang mogelijk thuis. En er zijn gelukkig verschillende mogelijkheden om ze te begeleiden & ondersteunen. Wat we daar zien: wanneer die mantelzorger als een volwaardige partner wordt beschouwd zoals andere zorgverleners, komt er een veel betere afstemming. En veel betere afspraken over wie doet wat wanneer. Terwijl de mantelzorger soms wordt gezien als iemand die in de weg staat, het niet begrijpt enzovoort. Beschouw de mantelzorger als een volwaardige zorgverlener met voldoende informatie-uitwisseling en overleg. Maar, alweer, dat kost tijd. Wanneer die inzet voldoende wordt beloond, bijvoorbeeld via episodische betalingen die de samenwerkings- en overlegtijd erkennen, dan pas kan dat ideaal werken. Indien niet zie je enkel degenen met een zeer grote intrinsieke motivatie. Die inderdaad alles doen om goed samen te werken en te overleggen. Maar men kan vanuit het beleid niet jarenlang beroep doen op intrinsieke motivatie, zonder dat daar een vorm van respect tegenover staat. Want een goeie verloning is uiteindelijk ook zo’n vorm van respect.’

Benieuwd naar de rest van Lievens bijzondere verhaal? Check zijn podcast en deel hem met iedereen die gelooft in een duurzame thuisverpleging en eerstelijn. Van professional tot particulier. Want uiteindelijk willen we allemaal vooruit.

Gepost op 22 nov 2023

Andere nieuwsartikels