Een stijging van meer dan 200.000 ingrepen zonder een overnachting in het ziekenhuis; een uitdaging

Een stijging van meer dan 200.000 ingrepen zonder een overnachting in het ziekenhuis; een uitdaging

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke wil ziekenhuizen aanmoedigen om meer ingrepen uit te voeren in het dagziekenhuis, zonder dat patiënten nog moeten overnachten. De focus van de communicatie hieromtrent was vooral gericht op de ziekenhuizen, maar deze verschuiving heeft uiteraard ook een impact op de zorg en ondersteuning van de patiënt thuis.

Concreet gaat het om meer dan een verdubbeling van het aantal ingrepen dat mag - maar niet moet - gebeuren in het dagziekenhuis en waarbij de patiënten dus versneld naar huis terugkeren. De lijst van het soort ingrepen waarvoor een ziekenhuisopname niet meer moet, is uitgebreid van 246 naar 551. De beslissing om een patiënt in het dagziekenhuis te behandelen of toch langer op te nemen blijft echter een individuele beslissing die gebeurt in nauw overleg tussen de arts en de patiënt. Zo blijft voor kwetsbare en oudere patiënten een klassieke hospitalisatie nog altijd mogelijk.   
 
Volgens een ruwe schatting kan deze verandering het aantal ingrepen in het dagziekenhuis doen stijgen met meer dan 200.000 op jaarbasis, terwijl het aantal ingrepen in klassieke hospitalisatie (met opname) kan dalen met datzelfde aantal. Kort door de bocht kan men dus zeggen dat patiënten vanuit het dagziekenhuis worden doorgeschoven naar de thuiszorg of positief geformuleerd: dat we steeds meer bij een tastbare invulling van de begrippen thuishospitalisatie en transmurale zorg komen.
 
Mooi, maar…
 
We kunnen dus nu wel echt spreken over nabehandeling via thuishospitalisatie, waarbij een onderbouwd model van digitalisering en goed opgeleide zorgverstrekkers het verschil maken. De eerstelijnszorg wordt naar waarde geschat en wordt attractiever voor verpleegkundigen. Thuisverpleging is meer dan ooit aan zet en speelt een sleutelrol.

Organisatorisch is vooral duidelijk dat dit meer en andere inzet zal vergen van de mantelzorg, huisarts, thuisverpleging en de thuiszorg. Het vergt een ander model dat nog meer rekening houdt met samenwerking, communicatie, continuïteit, bereikbaarheid, monitoring en digitalisering.
 
Binnen een goed functionerend zorgsysteem is een onderbouwd evenwicht tussen thuiszorg en intramurale zorg van groot belang. Alles moet in het werk gesteld worden om het aantal heropnames te minimaliseren.
Dit evenwicht houdt rekening met de kwaliteit, de veiligheid, de betaalbaarheid en de haalbaarheid voor alle betrokkenen. We refereren hierbij graag naar de doelstellingen binnen Quintuple Aim :
 
quintuple-aim.png
 
Laat ons hier even focussen op de uitdagingen binnen de thuisverpleging; uitdagingen waar al jaren voorbereiding aan vooraf zijn gegaan.
  • Allereerst moet een kader gecreëerd worden waarin thuisverpleegkundigen de juiste vorming op het juiste moment kunnen krijgen, zodat de patiënt met dezelfde veiligheid thuis kan opgevolgd worden;
  • Om de kwaliteit van opvolging en (na)behandeling te verzekeren zijn sluitende afspraken nodig tussen ziekenhuis, huisarts en de thuisverpleegkundigen. Die kunnen gevat worden in een transmuraal zorgpad dat strikt moet gevolgd worden;
  • Duidelijke en gestructureerde communicatie tussen patiënt, ziekenhuis, huisarts en thuisverpleging is van het grootste belang. Deze communicatie is beveiligd en efficiënt en zal bij voorkeur gebeuren vanuit een geïntegreerd en digitaal deelbaar patiëntendossier;
  • Sluitende monitoring van de patiënt thuis wordt steeds belangrijker. Dat betekent telemonitoring, gekoppeld aan een zorgcentrale die continu beschikt over medewerkers met de juiste competenties;
  • Continuïteit van zorg, gebaseerd op bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorgverstrekkers is nodig en vergt een zekere schaalgrootte;
  • Een multidisciplinair aanbod, waar ook de gemeenschappen in betrokken worden zal deze verschuiving van zorg ook haalbaar maken voor de patiënt en zijn thuisomgeving;
  • Snelheid van inzet van de verschillende beroepsgroepen wordt een noodzaak.
Minister van Volksgezondheid Vandenbroucke benadrukt dat dit geen besparing is: de middelen die voorheen besteed werden aan overbodige overnachtingen moeten elders geïnvesteerd worden in de ziekenhuizen. Minder overnachtingen betekent ook dat het verpleegkundig personeel ontlast wordt van taken die hiermee samenhangen, in het bijzonder ’s nachts en in de weekends. Meer inzetten op dagopnames is dus ook een wapen in de strijd tegen het personeels- en beddentekort in de Belgische ziekenhuizen, dat de afgelopen jaren pijnlijk duidelijk is geworden.
 
Net hier zien wij toch enkele problemen opduiken:
Er wordt veel verwacht van de thuisverpleging/eerstelijnszorg, maar:
  • Er komt bijkomende druk op de patiënt en de mantelzorg; 
  • Het personeelstekort is niet enkel een probleem binnen de ziekenhuizen, maar eveneens binnen de thuisverpleging. Het probleem oplossen voor de ziekenhuizen kan dus kunnen betekenen dat de bottleneck gewoon wordt verschoven naar de thuisverpleging;
  • Een herverdeling van de financiële middelen is blijkbaar niet aan de orde: de middelen blijven binnen de ziekenhuizen?
  • Er is niet gesproken over een bijkomend budget voor de thuisverpleging.

We kunnen ons dus vragen stellen bij het eerder aangehaalde evenwicht en hopen op een degelijke haalbaarheidstoets.

Wat wij vragen:

  • Een correct budget voor de bijkomende inzet die van de sector thuisverpleging wordt gevraagd, al dan niet via budgetverschuivingen.
  • De patiënt en zijn omgeving mogen door deze verschuiving noch financieel ( regelingen hospitalisatieverzekering ), noch qua ondersteuning hinder ondervinden.
  • Er is algemene nood aan meer inzetbare verpleegkundigen. Initiatieven die kunnen bijdragen aan een groei van het aantal inzetbare verpleegkundigen moeten alle kansen krijgen. Concreet: het geparkeerde budget van 48 miljoen euro binnen het zorgpersoneelsfonds moet vrijgemaakt worden om deze uitdaging ten volle aan te gaan.
  • Taakverschuiving: Verpleegkundigen binnen de thuisverpleging zullen meer dan ooit nodig zijn om verpleegkundige taken uit te voeren. Een open een realistische discussie rond het aantal inzetbare zorgkundigen in de thuisverpleging dringt zich op.
Mederi is overtuigd dat deze verschuivingen enorme opportuniteiten bieden aan de (zelfstandige) praktijken thuisverpleging indien hen het juiste ondersteunende kader wordt aangeboden. De inspanningen en investeringen die we hieromtrent de voorbije jaren hebben gedaan, samen met onze partners, hebben er voor gezorgd dat we in staat zijn deze uitdaging aan te gaan. Het mag er echter niet toe leiden dat de focus wordt weggehaald van het feit dat er ook in de thuisverpleging middelen nodig zijn om de resultaten van deze verschuiving op een kwalitatieve manier in te vullen. De problematiek rond het tekort aan verpleegkundigen verschuiven naar de thuisverpleging is geen optie.

Gepost op 07 jan 2023

Andere nieuwsartikels