Multiple sclerose: van diagnose tot behandeling en ondersteuning thuis

Multiple sclerose (MS) is een chronische neurodegeneratieve ontstekingsziekte van het centrale zenuwstelsel. De ziekte treft vooral jonge volwassenen, vaak tussen 20 en 45 jaar. Dat is precies de periode waarin ze studeren, werken, een gezin starten en plannen maken. Een diagnose komt dus hard binnen. We spraken met Piet Eelen, verpleegkundig specialist in MS. Vanuit zijn rol slaat hij de brug tussen artsen en verpleegkundigen en vertaalt hij complexe medische inzichten naar de dagelijkse zorgpraktijk.
Multiple sclerose: van diagnose tot behandeling en ondersteuning thuis
Gepubliceerd: 10 augustus 2026
Eerder verschenen in het vakblad Overal Thuis

Wat is MS precies?

MS is een chronische auto-immuunaandoening van het centrale zenuwstelsel. Fout geprogrammeerde lymfocyten vallen de myeline, de beschermlaag rond zenuwbanen, aan. Hierdoor ontstaan ontstekingen (inflammaties) die de prikkelgeleiding verstoren en neurologische klachten veroorzaken. Na herstel blijven sclerotische littekens achter op verschillende plaatsen in het centrale zenuwstelsel (hersenen, nervus opticus en/of ruggenmerg). Vandaar de naam multiple sclerose.

MS is niet te genezen en kent een wisselend, vaak progressief verloop. Hoewel artsen MS traditioneel indelen in relapsing en progressieve vormen, tonen recente inzichten dat er bij alle patiënten sprake is van inflammatie en neurodegeneratie – een langzaam voortschrijdend en onherstelbaar verlies van structuur en functie van zenuwweefsel. Daarom wordt MS steeds meer gezien als een immuunbiologische aandoening met verschillende uitingsvormen.

Omdat de oorzaak van MS onbekend en multifactorieel is, bestaat er geen causale behandeling. De beschikbare therapieën richten zich voornamelijk op het beperken van nieuwe ontstekingen. Die aanpak werpt vruchten af. “In de vorige eeuw evolueerde ongeveer 50% van de mensen met MS naar een progressieve vorm. Vandaag is dat nog maar één op vier”, vertelt Piet. Dankzij de huidige immunomodulerende behandelingen, kan de ziekteactiviteit tegenwoordig jarenlang onder controle gehouden worden. Zo kunnen mensen met MS langer zelfstandig blijven functioneren.
 

Diagnose in vijf stappen

De diagnose van MS steunt niet op één test, maar op een combinatie van klinische en technische onderzoeken. De diagnose van MS vereist een differentiële aanpak waarbij andere aandoeningen met een gelijkaardig klachtenpatroon eerst worden uitgesloten. Dankzij verbeterde diagnostische criteria en performantere MRI technieken kan de diagnose vandaag sneller en betrouwbaarder gesteld worden. Zo kan er vroeger gestart worden met de behandeling.
 
  1. Klinisch verhaal: De anamnese is het vertrekpunt. Ze brengt huidige én vroegere, soms spontaan verdwenen klachten in kaart.
  2. Neurologisch onderzoek: Beoordeling van motoriek, sensibiliteit, coördinatie en reflexen.
  3. MRI-onderzoek: Een MRI van de hersenen en het ruggenmerg toont typische MS‑letsels op specifieke plaatsen.
  4. Lumbaalpunctie: Onderzoek van het hersenvocht op oligoclonale bandjes, als teken van doorgemaakte ontstekingsactiviteit. Ze zijn niet specifiek voor MS, maar vormen een belangrijk puzzelstuk.
  5. Geëvoceerde potentialen: Geleidingsonderzoeken tonen aan of het probleem in het centrale zenuwstelsel ligt.
De McDonald criteria (update 2024) combineren deze gegevens en helpen neurologen om sneller tot een zekere diagnose te komen.


 

Behandeling: veel meer dan medicatie

De behandeling van MS gaat veel verder dan medicatie. Ze omvat verschillende, complementaire pijlers.
 
  1. Acute behandeling van relapses: Bij nieuwe opflakkeringen worden hoge dosissen corticosteroïden ingezet om inflammatie te temperen.
  2. Onderhoudsbehandeling: Een brede waaier van immunomodulerende medicatie houdt ziekteactiviteit onder controle. Steeds meer middelen kunnen thuis worden toegediend als subcutane injecties (Ocrevus®, Tysabri®). Hierdoor komt thuisverpleging vaker in beeld.
  3. Revalidatie en ‘prevalidatie’: Fysieke, cognitieve en functionele revalidatie is essentieel doorheen het volledige ziekteproces. “We willen dat patiënten van bij het begin aan hun reserves werken”, zegt Piet. Fysieke en cognitieve activiteiten zijn mogelijk beschermende factoren tegen de progressie van MS.
 

Meest voorkomende klachten bij diagnose

Bij het stellen van de diagnose van MS zijn er vaak onzichtbare of wisselende klachten, die soms plots optreden:
  • Vermoeidheid (vaak al vroeg aanwezig).
  • Gevoelsstoornissen zoals tintelingen, kriebelingen of gevoelloosheid.
  • Visusproblemen (wazig zicht, gezichtsvelduitval).
  • Evenwichtsproblemen en duizeligheid.
  • Cognitieve problemen (concentratie, trager denken).

Deze klachten zijn vaak episodisch en mensen kunnen hiervan gedeeltelijk of volledig herstellen.
 

Klachten die vaker op langere termijn optreden

Op langere termijn kunnen klachten persistenter en meer zichtbaar worden, met toenemende impact op het functioneren:
  • Aanhoudende vermoeidheid.
  • Spasticiteit en mobiliteitsproblemen.
  • Hand- en armfunctieproblemen.
  • Blaas- en darmstoornissen.
  • Seksuele problemen.
  • Chronische pijn.
  • Cognitieve achteruitgang.
  • Toegenomen zorgafhankelijkheid (ADL, hulpmiddelen, rolstoelgebruik).
  • Psychologische gevolgen zoals aanpassingsproblemen of depressieve gevoelens.

Belangrijk voor jou als thuisverpleegkundige: Zowel zichtbare als onzichtbare klachten bepalen de zorgnoden en levenskwaliteit van mensen met MS.
 

De signaalfunctie van thuisverpleegkundigen

Als thuisverpleegkundige word je meestal ingeschakeld bij functionele beperkingen of voor thuisbehandelingen, maar je hebt ook een belangrijke observerende rol.
 

Relapses en pseudo-relapses herkennen

Een relapse ontstaat over uren tot dagen en houdt dagen tot weken aan. Bij een pseudo-relapse verergeren bestaande klachten door een onderliggende oorzaak, zoals een urineweginfectie, zonder nieuwe ontsteking in het centrale zenuwstelsel. Alert reageren helpt complicaties voorkomen.
 

Therapietrouw stimuleren

Correcte en tijdige inname van medicatie is essentieel om inflammaties te voorkomen. Je kan het belang hiervan verduidelijken en tijdig signaleren wanneer de behandeling onderbroken of onregelmatig verloopt.
 

Hulpmiddelen en valpreventie

Correct gebruik van hulpmiddelen (voetheffers, ortheses), veilige transfers en een valpreventieve aanpak maken een groot verschil in autonomie en veiligheid.
 

ADL, energiebeheer en continentiezorg

Energie doseren, ondersteunen bij ADL en haalbare afspraken rond blaas- en darmzorg zijn onmisbaar in de thuissituatie. Tijd en kennis zijn hierbij vaak beperkende factoren.
 

Psychosociale ondersteuning en empowerment

MS treft mensen op een moment waarop het leven volop in beweging is. Werkverlies, onzekerheid, relatiebelasting en mentale druk wegen zwaar door. Thuisverpleegkundigen kunnen bijdragen tot empowerment door:
  • Open en empathisch te communiceren.
  • Prikkelende taboes (seksualiteit, pijn, incontinentie) bespreekbaar te maken.
  • Mantelzorgers te ondersteunen.
  • Patiënten te helpen realistische doelen te stellen.
  • Tijdig en actief te overleggen met tweedelijnszorg.
 

Toekomstgericht perspectief

Het MS-onderzoek evolueert snel. Denk maar aan het onderzoek naar nieuwe behandelingen zoals BTKi’s, CAR‑T‑celtherapie en stamceltherapie. Er is ook groeiende aandacht voor levensstijlgeneeskunde en remyelinisatie-onderzoek. En de multidisciplinaire samenwerking ontwikkelt zich steeds verder: “Er liggen nog kansen om de afstemming tussen MS‑centra en de thuiszorg verder te versterken, bijvoorbeeld via betere informatie-uitwisseling en structureler overleg”, zegt Piet daarover.

Dankzij je regelmatige aanwezigheid ben je als thuisverpleegkundige een vaste schakel in de zorg voor mensen met MS. Omdat je klinisch alert en praktisch betrokken bent, help je patiënten om zo lang mogelijk veilig en zelfstandig thuis te blijven wonen.