NL
FR
NL
FR
Home
Over Mederi
Opleidingen
Vacatures
Nieuws
Podcast
Contact
Home
Nieuws
Innovatie in zorg gaat over mensen en voorbij technologie en AI
Innovatie in zorg gaat over mensen en voorbij technologie en AI
In de
Gene Zever-nieuwsbrief op LinkedIn
gaat Mederi CEO Willy Vertongen genuanceerd en met relevante inzichten in op wat leeft in de eerste lijn. No nonsense, maar met inhoud.
In deze nieuwsbrief werpt hij een licht op (technologische) innovatie. Zowel in de breedste zin van het woord als toegespitst op de zorg. Want soms vergeten we de essentie: niet alles wat telt, past in data.
Benieuwd naar meer Gene Zever-nieuwsbrieven?
Schrijf je hier in
30 december 2025
Klimaatverandering, digitalisering, wonen, werken, opvoeden en zorg; het zijn stuk voor stuk maatschappelijke thema’s die om innovatiekracht vragen. Bij onszelf, de samenleving en in organisaties. Als we het over die innovatiekracht hebben, denken we vooral aan technologische innovatie. Veel minder staan we stil bij de innovatieve kracht van verbeelding, creativiteit of de kracht van verandering in organisatiemodellen.
Letterlijk betekent innovatie niets meer of minder dan
vernieuwing
. Het is het makkelijkst te omschrijven op enkelvoudig niveau: 'een innovatie is een sterk vernieuwd product, dienst, proces, organisatiemodel, manier van werken et cetera'.
Al decennialang hangen we vast aan het vooruitgangsgeloof dat we met digitale technologie onze omgeving steeds meer onder controle krijgen en daar als samenleving beter van worden.
Technologische vooruitgang wordt dus gelijkgesteld aan maatschappelijke vooruitgang.
Maar wat betekent dat voor de zorg?
Steeds meer ervaren we dat de uitdagingen rond
tekorten aan professionele zorgverleners en stijgende zorgkosten niet enkel door technologische veranderingen op te lossen zijn.
Steeds meer krijgen mensen die werken in de zorg een gevoel van vervreemding. De ontwikkelingen die worden voorgesteld missen hun doel. Ze worden gemaakt en voorgesteld door mensen die te weinig voeling hebben met de zorgsector, waardoor ze de problemen maar deels of niet oplossen.
De lessen die hieruit worden getrokken beperken zich echter tot de domeinen privacy, transparantie en algoritmische bias. Wordt het dan echt beter als we daar meer op inzetten? Vandaag lijkt de heersende gedachtegang dat wanneer ontwikkelaars daar rekening mee houden, ze onbekommerd verder kunnen digitaliseren.
Resultaat:
we weten steeds meer, maar weten steeds minder wat we ermee moeten doen.
In plaats van te ondersteunen worden er meer regels opgelegd. Regels die op hun beurt het probleem vergroten. Daar waar zorgverleners snakken naar vertrouwen, krijgen ze controle.
Ze hebben gekozen om mensen te helpen, maar komen er niet meer toe.
Een oproep naar een human-centric gedachtengang
Het beeld van de alwetende mens wordt steeds meer vertroebeld door ‘alwetende AI-systemen’. Witte, glanzende humanoid robots, hersenen met nulletjes en eentjes, een robothand die naar een mensenhand uitreikt, blauwe achtergronden en printplaten; dat is hoe technologie vaak verbeeld wordt. Vanuit ontzag en verwondering zien we de computer als neutraal, intelligent en autonoom. En de mens als een onhandige samenhang van organen met verouderde hersenen als hardware, klaar om vervangen te worden door de nieuwste AI-technologie.
Het probleem met dit beeld is niet alleen dat het niet klopt, maar ook dat het een selffulfilling prophecy kan worden omdat we ernaar handelen. Zo weten we dat het beeld van technologie als neutraal fenomeen niet klopt.
Toch blijven we maatschappelijke ongelijkheden met algoritmen reproduceren, omdat we handelen naar de misvatting dat consistentie gelijkstaat aan neutraliteit.
Niet alles wat ertoe doet, kan vertaald worden in data of gerepresenteerd worden in een AI-model.
Een belangrijke beperking van kunstmatige intelligentie is dat het afhankelijk is van inflexibele wiskundige modellen die gevoed worden met data uit het verleden. Conservatief in plaats van innovatief dus.
AI-systemen kunnen op bovenmenselijk niveau schaken, maar zodra ze worden losgelaten in een dynamische omgeving zonder strak afgebakende regels – lees: de echte wereld – gebeuren er vervelende dingen voor mensen die niet tot een statistische meerderheid behoren.
Die inzichten beginnen langzaam door te sijpelen, maar ze worden niet naar de praktijk vertaald. De droom dat we met technologie de wereld volledig naar onze hand kunnen zetten is hardnekkig. Ook al piept en kraakt deze droom aan alle kanten, we blijven erin geloven.
Maar die menselijke neiging om onszelf uit de grote problemen van onze tijd te innoveren, waar komt dat vandaan?
Het fenomeen heet tech-solutionisme,
het geloof dat er voor elk probleem een oplossing bestaat en dat deze oplossing bovendien gevonden kan worden in technologie.
Een geloof dat, aldus technologiecriticus
Evgeny Morozov
, zelfs complexe sociale vraagstukken of fenomenen ziet als duidelijk afgebakende problemen met welomlijnde, berekenbare oplossingen. Of ze worden gezien als transparante en vanzelfsprekende processen die gemakkelijk kunnen worden geoptimaliseerd, zolang de juiste technologie wordt ingezet.
Maar als we in de zorg willen innoveren, zal technologie dus niet volstaan.
We moeten het systeem creatief van binnenuit veranderen om zorg efficiënter aan te pakken.
Artificiële intelligentie kan daarbij helpen, maar is geen oplossing in zijn totaliteit. We moeten dus kritisch nadenken over een evenwichtig gebruik van data, digitalisering en AI. We moeten breder denken rond innovatie, de juiste filters gebruiken en de outcome van vernieuwing durven te benoemen.
AI alleen is ontoereikend
AI is er en blijft. We moeten het kritisch omarmen, maar er is meer nodig. En die ‘meer’ moet van de mensen en de werkingsmodellen komen.
Het zal niemand verbazen dat ik hier zeg dat de organisatie van zorg nog te weinig efficiënt gebeurt: het hele systeem is aan een grondige evaluatie toe.
We blijven steeds meer specialistische titels creëren en juridisch afdekken, wat op termijn betekent dat we nieuwe tekorten creëren doordat de functies enkel door specialisten kunnen ingevuld worden. We blijven steeds over samenwerking discussiëren, maar in werkelijkheid gebeurt hier weinig mee. We blijven (specifiek voor de thuisverpleging) kilometers afhaspelen en in de file staan, maar er verandert niets aan de aanpak. We blijven te weinig inzetten op preventie, en een ondernemersmentaliteit in de zorg blijft als een foute attitude gezien worden.
We blijven denken dat we iets veranderen door alles nog meer te registreren en te controleren. Maar met meer data is het probleem niet opgelost.
Onbeheersbaarheid door controle
We moeten het dus anders aanpakken. De meest aangewezen innovatie in de zorg is het besef dat technologie moet fungeren als een hulpmiddel in plaats van een oplossing om tekorten aan zorgverstrekkers op te lossen of de zorgkosten te doen dalen. De onbeheersbare drang naar het controleren van data die AI verzamelt, zal weinig soelaas bieden. Integendeel zelfs.
Volgens de Duitse socioloog
Hartmut Rosa
zijn we met deze controle-insteek compleet de verkeerde weg ingeslagen. In The Uncontrollability of the World (2021) beschrijft hij hoe we als mensheid juist steeds minder controle over onze omgeving hebben gekregen omdat we de capaciteit zijn verloren om ermee in verbinding te staan.
Het programma om de wereld met technologie controleerbaar te maken, leidt volgens Rosa tot een radicale vorm van onbeheersbaarheid die erger is dan het type onbeheersbaarheid waar we vandaan komen.
Door de wereld te behandelen als een reeks data-objecten die we moeten veroveren, beheersen en exploiteren, ontgaan ons de momenten waarop we de wereld kunnen ontmoeten en het leven daadwerkelijk kunnen ervaren. Dat leidt tot burn-out, frustratie, politieke agressie en vervreemding.
Een wereld die volledig gekend is en waar alles op basis van data rationeel wordt gepland, voorspeld en beheerst, is een dode wereld.
Resonantie, of het vermogen om echt contact met de wereld te ervaren en een relatie aan te gaan waarin een individu en de wereld antwoordend tegenover elkaar staan, is volgens Rosa een belangrijk medicijn tegen vervreemding.
De vervreemding die Rosa beschrijft, zien we ook terug in de relatie tussen burger en overheid. Met resonantie als medicijn in het achterhoofd, kunnen we de vraag waarom die relatie tegenwoordig zo slecht is, omkeren. In plaats van je als overheid af te vragen waarom burgers niet kunnen meelopen in de samenleving, kun je je als overheid ook afvragen of je met al die data-gedreven hoogmoed wel een emotioneel raakvlak kunt vinden met je burgers.
Zo verklaart de antropoloog
Joseph Tainter
dat samenlevingen kunnen ten onder gaan aan het gewicht van hun eigen opgebouwde complexiteit en bureaucratie. Samenlevingen zijn volgens hem probleemoplossende collectieven die steeds complexer worden in de hoop nieuwe problemen te overwinnen.
Maar na verloop van tijd bereikt die complexiteit een punt van afnemend rendement, waarna ineenstorting volgt.
Maar kan innovatie ook eenvoudiger?
Op die vraag formuleert Amerikaanse onderzoeker
Leidy Klotz
een antwoord. Tijdens het spelen met zijn zoon kreeg hij een nieuw inzicht. Ze probeerden met Lego een brug te bouwen. Toen de brug scheef stond, wilde hij een blokje toevoegen aan de poot die te kort was, maar zijn zoon haalde een blokje van de te lange poot af. Probleem opgelost. Voor Klotz was dit het begin van zijn
“Untapped Science of Less”: een zoektocht naar de vraag hoe we situaties kunnen verbeteren door iets weg te halen, in plaats van toe te voegen.
Dat verlangen naar eenvoud is niet zo gek. We lijken massaal te verlangen naar meer eenvoud. Niet alleen op individueel niveau: minder drukke levens, minder spullen en minder schermtijd, maar ook op collectief niveau: meer zelf organiseren buiten de complexe bureaucratie om.
De vraag die we ons dan ook moeten stellen is of we zorg in de thuissituatie niet eenvoudiger kunnen maken in plaats van meer regels op te leggen die de zorgverleners steeds meer in hokjes onderbrengen. Innovatie door minder in plaats van steeds meer.
Laat ons dus innovatie en technologie omarmen, maar niet zonder iets te doen aan de uitdagingen om de zorg tegelijk menselijk, attractief en efficiënt te maken. Laat ons minder controleren en meer vertrouwen. Laat ons ervoor zorgen dat er steeds een belangrijke plaats voorbehouden blijft voor emotie in de zorg en laat ons vooral fier blijven op het feit dat net die emotie de zorgverleners onvervangbaar maakt.
Maar vooral: laat ons samenwerken minder complex maken.
Willy Vertongen, CEO Mederi
Mederi
2026
Mederi NV BE0859.979.036
RPR Gent afdeling Dendermonde
ISO 9001 gecertifieerd
Cookie Policy
Privacy Policy
Sitemap
Build with passion
by
Ghostbuster BV